2001 • Centrum voor Kunst en Cultuur

Zoetermeer

 

‘Ayn’ als uitgangspunt voor een complexe opgave

 

Het Centrum voor Kunst en Cultuur is in mei 2001 officieel door Koningin Beatrix geopend en is daarmee het laatst opgeleverde project van Van Schijndel. Het gebouw staat op het snijpunt van de nieuwe stad en de oude dorpskern en werd bij oplevering betrokken door ruim 4.500 leerlingen.

De stedenbouwkundige randvoorwaarden in het startdocument spraken destijds over een markante architectuur in vage termen als speels, allure, uitstraling, herkenbaar en sprankelend. Als architectonisch uitgangspunt voor de beeldverwachting werd het Arabische woord ‘ayn’ meegegeven, dat zowel bron als oog betekent.

 

Ruimten om een ovale kern

 

Het nuchtere, geraffineerde antwoord van Van Schijndel: twee parallelle bouwvolumen van verschillende hoogte, die in elkaar grijpen. Beide hebben een ovale plattegrond (het oog?). In een toelichting op het ontwerp schrijft hij deze vorm toe aan twee gekromde beuken. De overlapping van de beide ovalen in de kern van het gebouw heeft vanzelfsprekend eveneens een ovalen plattegrond. In de uiteinden van deze centrale ovaal liggen de trappen en een lift. Het midden is bestemd voor een theaterstudio die zich over twee niveaus uitstrekt. Daarboven, op de tweede verdieping, bevindt zich onder een glazen dak een atrium waar tentoonstellingen en presentaties kunnen worden gehouden. Om de ovale kern heen zijn verschillende ruimten gegroepeerd: op de begane grond een kantine en op de verdiepingen reeksen kantoorvertrekken en leslokalen.

 

Het hoogste van de twee bouwdelen heeft op de verdiepingen een binnenring met lokalen. Als gevolg van de twee overlappende ovale plattegronden is binnenin een labyrintische indeling ontstaan waarin weinig rechte lijnen zijn te ontdekken. Werkkasten en toiletgroepen zijn weggewerkt in restruimten. Doorkijkjes naar beneden vanaf vides maken oriëntatie mogelijke, terwijl de verticale openheid ook een ruimtelijk effect heeft.

 

De ligging van het gebouw heeft onmiskenbaar een rol gespeeld in het ontwerp. De zuidgevel is geheel van glas en is gericht op het oude dorp, dat door een groenstrook gescheiden wordt van het CKC. De noordgevel, waarvan de aanblik wordt bepaald door een witgepleisterde wand, is gesloten. Het gebouw is uiterst sober afgewerkt. Aan de buitenzijde is achter de verticale stroken Reglitglas waarmee de gevel is bekleed het isolatiemateriaal zichtbaar. In het gebouw zijn de betonplaten grotendeels onafgewerkt gelaten en de buizen en leidingen niet weggewerkt. Omdat Van Schijndel voor de aanvang van de bouw overleed, is aan de finishing touch van het kleurenprogramma weinig aandacht besteed. Met uitzondering van de helblauwe accenten in de trappenhuizen en wc-tegels in dezelfde kleur en de grasgroene kleur van de buffetruimte is het interieur overwegend wit (wanden) en lichtgrijs (vloeren). Van Schijndel ontwierp het CKC in samenwerking met architect Jan Bakers.

 

Publicatie: 2001 NRC Handelsblad 

terug naar overzicht