1995 • Appartementen Pieterskerkhof

Utrecht

 

Ontwerpvrijheid binnen een beschermd stadsgezicht

 

In 1987 kocht Van Schijndel een voormalig pakhuis aan het Pieterskerkhof in Utrecht. Het was de bedoeling op die plek een pand te bouwen waarin beneden zijn bureau werd gehuisvest en hij boven zou gaan wonen. Uiteindelijk besloot hij, om kostentechnische redenen, aan de pleinzijde een appartementengebouw op te richten en zijn huis daarachter te bouwen. Zijn bureau bracht hij elders onder.

 

Het bestaande pand waar oorspronkelijk een glaspakhuis met bovenwoning gevestigd was, werd in 1935 door prof. J. Berghoef ontworpen en stond op de Utrechtse monumentenkaart als beeldverstorend aangemerkt. Het ontbreken van monumentale waarde was voor Mart van Schijndel in 1988 reden voor aankoop, omdat het grote ontwerpvrijheid zou geven in een gebied dat verder geheel beschermd stadsgezicht is.

 

Ronde traptoren als verbindend element

 

Het appartementengebouw met vier wooneenheden onttrekt het woonhuis van Van Schijndel vrijwel geheel aan het zicht vanaf het plein. De gevel aan het plein heeft enkele opvallende kenmerken, waaronder de ronde ‘traptoren’ met daarachter een trap die toegang biedt tot de appartementen op de verdiepingen. Dit dominerende element roept Van Schijndels eerste appartementengebouw aan de Pauwstraat in Utrecht in herinnering.

 

Een ander opvallend vormelement is het fronton met oculus. Dit timpaan – net als op het Rokin in Amsterdam letterlijk als façade opgevat –  gebruikte Van Schijndel om de bovenste woonlaag enige hoogte te geven. Erachter ligt een glazen dak. Hoewel de appartementen niet groter dan 90m2 zijn, is de indeling ervan door een vernuftige compacte plattegrond uiterst efficiënt.

 

Verwijzingen

 

De gevel verwijst met zijn patroon van horizontale stroken in afwisselend roze en zandkleur naar het huis op het achterliggende terrein. De kleuren van het strepenpatroon zijn gebaseerd op die van de straatklinkers van het plein en de stenen van de Pieterskerk. Hierdoor valt de gevel enerzijds enorm op door de ongebruikelijke strepen, maar is hij tegelijkertijd terughoudend door zijn kleurgebruik. Andere aan de plek gerelateerde referenties zijn het ronde venster dat als vormelement is overgenomen uit de pleingevel van het verbouwde pand en de toegangspoort. Deze brede glazen entree links in de gevel vormt de toegang tot een smalle afgesloten steeg die eindigt bij een massief, gesloten bouwblok: Van Schijndels eigen huis.

 

Elke woonlaag heeft een eigen oplossing voor wat betreft de buitenruimte: de begane grond heeft een patio; de eerste verdieping een groot dakterras; de tweede verdieping twee loggia's aan het plein en het dakappartement heeft ter weerszijden van het fronton een glasdak met uitzicht op de Domtoren en aan de achterzijde twee uitgespaarde balkons op het zuiden.

 

terug naar overzicht