Begane grond
Schijndelhuis-3
Centrale ruimte
Gefilterd licht

In het Van Schijndelhuis speelt licht een hoofdrol. Om in alle ruimten op de begane grond daglicht te krijgen, maakte Mart van Schijndel twee patio's. Aan weerszijden van de woonkamer of centrale hal plaatste hij twee grote glaspuien met helder en mat glas. Het zonlicht valt in Nederland hoog binnen en door het matglas hoog in de glaspui aan te brengen, wordt het licht gefilterd en is het licht overal in de ruimte gelijkmatig.

Kleurenschema

Het kleurgebruik bepaalt eveneens de sfeer in het huis. Hoewel alle wanden en plafonds wit lijken, hebben zij allemaal een kleur. De kleuren zijn niet nadrukkelijk aanwezig, omdat er pasteltinten gebruikt zijn. Ze vallen pas op als twee kleuren bij elkaar komen. Door de combinatie van licht en kleur ontstaat er voor ieder moment van de dag een prettige sfeer. In de DVD legt Mart van Schijndel uit waarom hij voor bepaalde kleuren gekozen heeft en wat het effect daarvan is.

Licht als vierde dimensie

Licht was voor Mart van Schijndel een onmisbaar element. Hij zag licht als de vierde dimensie en hechtte daar grote architectonische waarde aan. Vooral het toelaten van zoveel mogelijk daglicht in zijn werk was voor Mart van Schijndel een streven. Hij paste licht toe om ruimtelijkheid te scheppen en om sferen te creëren. Emoties speelden daarbij een belangrijke rol.
Mart van Schijndel wilde met een bepaalde sfeer herinneringen oproepen aan prettige ervaringen.

Licht en kleur

Licht en kleur beïnvloeden elkaar. Mart van Schijndel maakte hiervan gebruik bij het creëren van een sfeer. Door het gebruik van kleur op wanden, roept het licht de juiste sfeer op. Zo combineerde hij op verschillende plafonds licht met een bijzondere kleur rood of roze. Dit deed hem denken aan het licht op een mooie zomeravond. Bij het kiezen van kleuren ging Mart van Schijndel nauwgezet te werk. De kompasrichting van waaruit het licht binnenviel bepaalde voor hem het reflectievlak. Zo liet hij bij wanden die Zuiderlicht krijgen de wanden in koele lavendeltinten schilderen. Bij wanden waar het Noorderlicht op valt paste hij warme kleuren toe, zoals roze. Oost en West kregen heel licht geel en grijs toebedeeld.

Kleurgebruik

Omdat de zon in de Oostpatio opkomt, wilde Van Schijndel bij het wakker worden 's ochtends in het huis een beetje geprikkeld worden, en zijn alle muren waar de ochtendzon op schijnt gelig van toon. Alle muren waar de middagzon op schijnt, zoals die van de trap en de vide, zijn koel van toon, lavendelkleurig. Alle muren waar de avondzon op schijnt zijn wit of grijs van toon: neutrale kleuren, of eigenlijk geen kleur. En alle muren waar nooit zon komt, zijn warm van kleur, roze of rood. Dat kan helderrood, maar ook heel zwak rood zijn. En de plafonds maakte Van Schijndel in al z'n werk ‘avondrood’, zoals hij dat noemde. ‘Na een heerlijke warme zomerdag, als je om een uur of vijf klaar bent met werken en je hebt zin om even op ’n terras te gaan zitten en je kijkt naar de hemel, dan zul je zien dat de hemel altijd roze, purperroze is. En dat is in je herinnering altijd een fijn gevoel. Dus als je een huis maakt waar zo'n kleur op je plafond zit, dan heb je altijd een referentie, een herinnering aan die fijne zomerdag. En daaraan associeert de kleur van het plafond.’

'Room' en Space'

Het huis van Mart van Schijndel vertegenwoordigt in optima forma zijn verhaal over ‘room en ‘space’ dat hij in de vijftien jaar dat hij aan de FachHochschule in Düssseldorf doceerde aan zovele van zijn studenten heeft meegegeven. Het huis is na zijn vroegtijdig overlijden in 1999 in de staat gehouden zoals Van Schijndel het had ontworpen en ingericht, met alle door hem zelf ontworpen meubelen en verlichtingsarmaturen, zijn bibliotheek intact.

Puzzelen met vlakken was voor Mart van Schijndel een belangrijk uitgangspunt bij het vormgeven van gebouwen, interieurs en producten. Hij werkte steeds vanuit een bepaald stramien. Zijn idee was om een plat vlak zo te vervormen dat ruimte wordt gecreëerd. Door het materiaal te buigen of te vouwen of door vlakken samen te voegen, maakte hij driedimensionale vormen. Geometrische vormen komen steeds terug in het werk van Van Schijndel. Met name de driehoekige vorm is vaak te herkennen in zijn werk. Hij werkte graag met deze vorm, omdat hij deze het minst dwingend vond.

Ruimtelijke ingreep

In zijn woonhuis in Utrecht heeft Van Schijndel veel gewerkt met geometrische vormen. Om in het huis de ruimte- en lichtwerking te krijgen die hem voor ogen stond, introduceerde hij ook hier een driehoekige vorm. In de plattegrond van het onregelmatige en taps toelopende bouwperceel ontstond uiteindelijk een grote driehoek, door de hoekpunten van de Noord en Zuid gevel in het midden van de achtergevel met elkaar te verbinden. Hierdoor creëerde hij in het midden een woonkamer en daaromheen verschillende ruimtes. De onregelmatigheid van de kavel werd zo omgebogen tot de kracht van het ontwerp.

Knikken en buigen

Ook op andere plaatsen in het huis zijn geometrische vormen te ontdekken. Zo maakte Van Schijndel door te knikken en te buigen een plafond dat getrapt verloopt. Door het plafond zo vorm te geven, benadrukte hij sterk de taps toelopende vorm van de woonkamer. Daarnaast benutte Mart van Schijndel het knikken en buigen ook voor decoratie: de trap heeft op deze manier de vorm van een zaagtand gekregen.

Fulfil

Lichtmetalen stapelstoel met gelijmde poten.

Slack

Achter de piano staat de staande lamp Slack, oorspronkelijk ontworpen als indirecte verlichting voor probleemloos werken met beeldschermen, maar met halogeen lampen en dimmer ook geschikt voor particulier gebruik.