1992 • Van Schijndelhuis

Utrecht

 

Zee van ruimte in een ingesloten kavel

 

‘Mijn huis is alleen interieur’, schreef Mart van Schijndel over het huis dat hij in 1992 voor zichzelf ontwierp op een binnenterrein tussen het Utrechtse Pieterskerkhof en de Kromme Nieuwgracht, en waar alles in één handschrift werd ontworpen. Zo is het Van Schijndelhuis nu te beschouwen als een Gesamtkunstwerk van ruimtelijkheid, kleurgebruik en meubelontwerp. Collega ontwerper Wim Crouwel noteerde in het gastenboek: ‘De plattegrond krijg ik niet gauw in mijn hoofd, maar het huis is prachtig. De kleuren die er wel en niet zijn en voortdurend veranderen!’

Onder de menuknop 'rondleiding' vindt u een uitgebreide virtuele tour door het huis.

 

Sculpturaal en experimenteel

 

Het huis is door de Gemeente Utrecht in 1999 als jongste bouwwerk op de gemeentelijke monumentenlijst geplaatst. Van Schijndel ontving voor zijn ontwerp de Rietveldprijs 1995. Volgens het juryrapport is het een virtuoos, sculpturaal ontwerp, Van Schijndel noemde het zelf een huis van lucht en licht. Meest experimenteel en exceptioneel detail zijn de glazen deuren die zonder scharnieren op siliconenkit draaien. Bijna alle meubelen in het huis zijn ook door Van Schijndel ontworpen.

 

Historisch Umfeld

 

Het huis ligt totaal verscholen tussen Kromme Nieuwegracht en het doodlopende plein achter de Pieterskerk. Aan dit plein kwamen oorspronkelijk de koetshuizen van de voorname herenhuizen van de Kromme Nieuwegracht uit, waardoor er veel grote laad- en losdeuren in de gevels zijn. De kavel is door Van Schijndel in twee delen opgesplitst. Van het voorhuis heeft hij vier appartementen gemaakt die in december 1995, een paar jaar na voltooiing van zijn eigen huis, zijn opgeleverd. Het gestreepte huis aan het Pieterskerkhof met de appartementen, wordt vaak aangezien voor het woonhuis van Mart van Schijndel. Het is naar ontwerp van Van Schijndel en bevat een aantal karakteristieken uit het woonhuis, maar het eigen huis is hierachter gesitueerd op het binnenterrein tussen de Kromme Nieuwegracht en Pieterskerkhof. Het bestaande pand stond op de zogenaamde Utrechtse kwaliteitskaart als ‘beeldverstorend’ aangemerkt. Dat was een reden voor aankoop omdat het grote vrijheid betekende in een gebied dat verder geheel beschermd stadsgezicht betreft. Sinds 1987 was Van Schijndel in het bezit van het stuk grond aan het Pieterskerkhof, waar oorspronkelijk een glaspakhuis en later het Grafisch Atelier gevestigd waren.

 

Na vele ideeën de revue te hebben laten passeren om er een woonhuis annex bureau van te maken is hij na vijf jaar aangevangen met het ontwerpen van een gastenverblijf, vooral ook omdat het Van Schijndel niet duidelijk was hoe een huis voor zichzelf vorm te geven. 
Van gastenhuis is het tijdens het ontwerpproces omgevormd tot woonhuis voor 1 persoon, de ontwerper zelf. Het bestaat uit entree, hal, berging, kantoortje, bibliotheek, twee patio’s, keuken, bijkeuken, wc, bad, stoombad en sauna op de begane grond. Op de verdieping bevinden zich twee slaapkamers en een badkamer.

 

Ruimtelijk inzicht

 

Van de grillig gevormde kavel loopt geen enkele rooilijn parallel. De achtergevel (Noord) is 13 meter breed en de voorgevel (Zuid) is 9 meter breed. De achtergevel rooilijn staat loodrecht op de linker rooilijn (Oost). Bepalend voor het ontwerp waren de gegeven bouwhoogtes van de opslaghal, alsmede de gesloten bouwmuren op de erfscheiding. Door deze te respecteren kon er geen conflict ontstaan met de aangrenzende percelen en kon tevens met het ook op voorschriften van het bestemmingsplan vrij probleemloos een bouwvergunning verkregen worden. De bestaande lage achterbouw werd een enkelvoudige woonlaag en in de dubbele hoogte van de overslaghal werden met veel moeite twee verdiepingen ingepast.

 

Architectuurcriticus Arjen Oosterman schreef over het Van Schijndelhuis: 'De oefening was om een woning te ontwerpen die al zijn ruimtelijkheid, al zijn zichtlijnen en al zijn licht binnen de rooilijnen van het perceel zou ontwikkelen. Omdat het onregelmatige en tapstoelopende grondstuk (...) tot aan de erfscheidingen bebouwd zou moeten worden, was alleen een klassiek patiotype mogelijk zonder ook maar één venster op de omgeving. Dat het  type niet de moderne L-vorm, een U-vorm of de klassieke carré-vormige uitwerking kreeg, kwam voort uit de wens een ruimte met licht van twee kanten te maken.

 

Een H-vormige plattegrond dus: twee bebouwde stroken verbonden door een centrale ruimte met patio's aan weerszijden. De vorm van de centrale ruimte ontstond door de hoekpunten van de voorste strook te verbinden met het midden van de achterste,. De  verveelvoudiging van scheve hoeken die de introductie van deze driehoek tot gevolg had, bevrijde het huis van perspectivische of modulaire dwang. Onregelmatigheid is geen verstoring meer, maar valt weg ten gunste van licht, ruimte en de onderlinge relaties.


Drie van de vier hoeken van de hall kunnen wegscharnieren, door de glazen puidelen open te zetten. Het befaamde hoekraam uit het Rietveld-Schröderhuis wordt helemaal op de spits gedreven, waar één van de hoeken scherp is en dus een gecombineerde schuivende en draaiende beweging vereist werd.


Ruimte voor leegte als kern van het wonen. (…). Die inzet en die eigenaardigheid maakt het huis zo overtuigend, plaatst het in een geheel andere schaal dan de gemiddelde glossy woningbouw voor de geprivilegieerden van deze aarde. Het huis is design in zijn totale beheersing van de vorm, licht en kleur, van de scharnierloze keukenkastjes (draaiend om een siliconen kitvoeg, evenals de glazen deuren van de badkamers en toilet) tot de sanitaire ruimten, die bekleed zijn met in zachte tinten gespoten glasplaten. Geen wand is wit, overigens zonder dat de aanwezigheid van kleur opvalt. (...) Het opmerkelijke van woonhuis Van Schijndel is dat er voorbij alle beheersing leven mogelijk is; het huis kan verlangen, maar kan ook ontvangen.


De verveelvoudiging van scheve hoeken die de introductie van deze driehoek tot gevolg had, bevrijdde het huis van perspectivische of modulaire dwang. Onregelmatigheid is geen verstoring meer, maar valt weg ten gunste van licht, ruimte en de onderlinge ruimtelijke relaties.'

 

Meubelmakersexperimenteerlust

 

Uit het juryrapport van de Rietveldprijs: 'Waar eens een loods van een glashandel stond, op een van de buitenwereld afgesloten binnenterrein, heeft Van Schijndel een virtuoos, sculpturaal ontwerp voor zijn eigen woonhuis gerealiseerd. Hij bewijst hiermee dat hij over een groot ruimtelijk inzicht beschikt. Bovendien experimenteert hij met enkele technische innovaties. De ramen en deuren bijvoorbeeld hebben geen scharnieren, maar draaien op siliconenkit. Het huis ademt behalve de technische meubelmakers-experimenteerlust, zoals onder andere tot uiting komt op het gebied van het afhangen van deurtjes en het bevestigen van boekenplanken, een zoeken naar een nog niet gekende ruimtebeleving. Verder is het opmerkelijk en in die zin voorbeeldig, hoe in een volledig ingesloten plek zoveel ruimtelijkheid kan worden opgeroepen.'

 

Zelf zei Mart van Schijndel erover: 'Dit is een huis van lucht en licht. Ik boetseer de ruimte. Op basis van geometrische patronen zet ik ruimtelijke vormen in elkaar. Mijn Deltavaas is daar een goed voorbeeld van. Die bestaat uit drie aaneen gelijmde plaatjes ontspiegeld glas. Driekantige vormen vind ik mooi omdat ze minder dwingend zijn. Op het eerste gezicht lijkt de vaas complex, maar als je goed kijkt is ie heel simpel. Ik ben altijd op zoek naar het essentiële, naar het minimale. Hoe kun je de dingen met veel raffinement eenvoudig maken. Daarin betracht ik een zekere strengheid zonder dat het ooit kaal wordt.'

 

Publicatie Rietveldprijs en Architectuur in Nederland Jaarboek 1993-1994